Het lijkt alsof er steeds meer rouwexperts in ons land opkomen. De een nog beter dan de ander. Ik sprak er van de week een. Ze was volledig expert op het gebied van rouw bij kinderen. Je begrijpt vast waarom ik dan wat meer op het puntje van mijn stoel ga zitten. Ze had een opleiding gevolgd en die 14 dagen daarvoor afgerond. En nou ben ik niet iemand die denkt dat je alleen van een opleiding expertise kunt krijgen, maar als je geen voorgaande kennis hebt en 14 dagen eerder je opleiding afrondde, maakt dat je nog geen expert.
Ze sprak gepassioneerd, dat wel. Over hechting, verlies, wat kinderen nodig hebben in tijden van verdriet. En ik voelde me ongemakkelijk. Niet omdat ze onzin sprak, maar omdat ik de vanzelfsprekendheid van haar expertise moeilijk kon plaatsen. Alsof je met een certificaat ineens een plek aan de ronde tafel van rouwkenners verdient.
Ik vroeg waar haar ervaring vandaan kwam. “Nou, ik heb zelf ook verlies meegemaakt,” zei ze. Dat snap ik. Verlies vormt je, tekent je blik. Maar rouw meemaken is niet automatisch rouw begeleiden. Een gebroken been hebben maakt je nog geen orthopeed.
Er lijkt een honger naar titels. Naar het benoembaar maken van iets wat juist vraagt om zwijgen, stilstaan, aanwezig zijn. Rouw laat zich niet vangen in leerdoelen. Rouw is modder, geen marmer. En wie zich daar doorheen heeft bewogen, met open handen en bescheiden tred, die herken je. Die fluistert, in plaats van roept.
Ik geloof in mensen die dit werk zijn gaan doen zonder zich eerst ‘expert’ te noemen. Die jarenlang luisterden, vroegen, fout deden, leerden, opnieuw begonnen. Die zichzelf niet centraal stellen, maar het verdriet van de ander. Dat zijn voor mij de echte rouwexperts. Vaak zonder visitekaartje, maar met een rugzak vol stiltes die spreken.
Wat mij expert maakt, vroeg ze me daarna.
30 jaar werkervaring, 20 jaar onderzoek, internationale samenwerkingen & opleidingen, veel lezen, veel fouten maken. Om daarvan te leren, om het beter te doen. Niet om zeker te weten, maar om steeds minder zeker te worden.
Misschien is dát wel de kern van echte expertise in rouw: dat je weet hoe weinig er zeker is. Hoe uniek elk verhaal, elk kind, elke rouwreactie is. En hoe belangrijk het is om nieuwsgierig te blijven. Niet om te weten, maar om te begrijpen. En soms zelfs dat niet.
Ik vertelde haar hoe ik nog altijd schroom voel als ik ouders ontmoet die terminaal ziek zijn. Hoe ik, ondanks alles wat ik weet, nog steeds moet slikken voor ik iets zeg. Omdat er niets is dat echt troost. Dat ik vaker heb geleerd wat níet te doen dan wat wel. En dat ik soms stil ben. Stil. Omdat daar vaak de meeste ruimte in zit.
Ze keek me verrast aan.
“Maar dan klinkt het alsof je het ook niet altijd weet,” zei ze.
“Precies,” zei ik. “En daarom ben ik voorzichtig met het woord ‘expert’. Omdat het me soms in de weg zit. Terwijl juist het niet-weten me uitnodigt om te blijven luisteren.”
Misschien moeten we ons minder afvragen wie expert is, en meer wie bereid is zich te verdiepen.