Uitvaartprofessionals en leerkrachten vragen het me regelmatig: is er eigenlijk bewijs dat spelen helpt als een kind rouwt? Het eerlijke antwoord is gelaagd. Over sommige onderdelen is de literatuur helder, over andere is ze dun, en over het materiaal zelf bestaat vrijwel geen onderzoek. Hieronder zet ik uit elkaar wat wat is.
Wat kinderen begrijpen van de dood
Het doodsbegrip is geen schakelaar die op een bepaalde leeftijd omgaat. Onderzoek onderscheidt losse onderdelen: dat de dood onomkeerbaar is, dat lichaamsfuncties stoppen, dat iedereen doodgaat, en dat er oorzaken zijn. Speece en Brent lieten al in de jaren tachtig zien dat de meeste kinderen die onderdelen tussen hun vijfde en zevende jaar verwerven, en dat ze niet gelijk oplopen. Recenter onderzoek bevestigt dat beeld en nuanceert het: onomkeerbaarheid en onvermijdelijkheid komen vaak eerder dan het besef dat alle levende wezens sterven.
Praktisch betekent dat twee dingen. Een kind van vier dat vraagt wanneer papa terugkomt, is niet in de war en ook niet ongevoelig; het mist eenvoudigweg nog een deel van het begrip. En leeftijd is een slechte maat: ervaring en wat er thuis over gezegd is, maken verschil.
Buitensluiten beschermt niet
De reflex om kinderen weg te houden van ziekte, sterven en uitvaart komt uit een goede bedoeling. Het onderzoek steunt die reflex niet.
Het bekendste voorbeeld komt uit Zweden. Kreicbergs en collega’s ondervroegen ouders van wie een kind aan kanker was overleden. Van de ouders die met hun kind over de naderende dood hadden gesproken, had niemand daar spijt van. Van de ouders die dat niet hadden gedaan, had ruim een kwart daar wel spijt van, en die spijt was het grootst bij ouders die vermoedden dat hun kind het zelf al doorhad.
Rond de uitvaart is het beeld minder eenduidig, maar wijst het dezelfde kant op. In een Amerikaanse studie onder ruim driehonderd kinderen die een ouder verloren, deden kinderen uit gezinnen zonder rituelen het op termijn minder goed, en hing het bijwonen van de condoleance samen met betere uitkomsten een en twee jaar later. Silverman en Worden vonden eerder dat vrijwel alle kinderen bij de uitvaart van hun ouder aanwezig waren geweest.
Belangrijk is wát die studies precies laten zien. Het zijn observationele studies: ze tonen samenhang, geen oorzaak. Een recent overzicht van Burrell en Selman concludeert dan ook voorzichtig: de winst van een ritueel zit vooral in de mogelijkheid het zelf mee vorm te geven en op een eigen manier afscheid te nemen, niet in de aanwezigheid op zich.
Wat spel doet
Dat spel bij kinderen een manier is om te verwerken wat ze nog niet in woorden kwijt kunnen, is geen controversiële gedachte in de ontwikkelingspsychologie. Voor speltherapie als behandelvorm bestaat bovendien meta-analytisch bewijs: Bratton en collega’s vonden over 93 studies een groot gemiddeld effect, en de latere, methodisch strengere meta-analyse van Lin en Bratton kwam over 52 gecontroleerde studies uit op een matig effect.
Hier past een stevige kanttekening, en die maak ik liever zelf dan dat een ander hem maakt. Speltherapie is een behandeling door een getrainde therapeut over meerdere sessies. Dat is iets anders dan een kind laten spelen met een rouwauto op de dag voor een uitvaart. Die meta-analyses onderbouwen niet dat uitvaartspeelgoed werkt; ze onderbouwen dat spel een serieus medium is in het werken met kinderen.
Wat we niet weten
Er is, voor zover ik weet, geen gecontroleerd onderzoek naar uitvaartspeelgoed. Dat zal er voorlopig ook niet komen: je loot geen rouwende kinderen in een controlegroep, en de uitkomstmaat zou onduidelijk zijn. Wat ik erover zeg, komt dus uit praktijkervaring en uit wat aanpalend onderzoek aannemelijk maakt, niet uit effectstudies. Wie beweert dat dit materiaal rouw verwerkt of problemen voorkomt, claimt meer dan er te claimen valt.
Wat dat betekent voor de praktijk
Drie dingen zijn wel goed onderbouwd, en die drie zijn genoeg om op te handelen.
Eerlijke, op het kind afgestemde informatie is beter dan zwijgen. Betrokkenheid bij wat er gebeurt is beter dan buitensluiten, mits het kind kan meebepalen hoe. En spel is bij jonge kinderen een serieuze manier om te begrijpen, niet een afleiding van het echte werk.
Het materiaal dat ik ontwikkel, is daar gereedschap voor. Het maakt het gesprek concreet: je kunt laten zien wat er in het crematorium gebeurt in plaats van het te beschrijven. Het geeft ook de volwassene houvast, en dat is geen bijzaak, want veel professionals vertellen dat zij het gesprek uitstelden omdat ze zelf niet wisten hoe te beginnen. Wat het niet doet, is het werk overnemen. Nabij blijven, eerlijk zijn en het tempo bij het kind laten: dat blijft mensenwerk.
Bronnen
- Speece, M. & Brent, S. (1984). Children’s understanding of death: a review of three components of a death concept. Child Development, 55(5), 1671–1686.
- Panagiotaki, G. e.a. (2018). Children’s and adults’ understanding of death: cognitive, parental, and experiential influences. Journal of Experimental Child Psychology.
- Kreicbergs, U. e.a. (2004). Talking about death with children who have severe malignant disease. New England Journal of Medicine, 351, 1175–1186.
- Fristad, M. e.a. (2001). The role of ritual in children’s bereavement. OMEGA – Journal of Death and Dying, 42(4).
- Silverman, P. & Worden, J.W. (1992). Children’s understanding of funeral ritual. OMEGA – Journal of Death and Dying, 25(4).
- Burrell, A. & Selman, L. (2022). How do funeral practices impact bereaved relatives’ mental health, grief and bereavement? OMEGA – Journal of Death and Dying, 85(2).
- Bratton, S. e.a. (2005). The efficacy of play therapy with children: a meta-analytic review of treatment outcomes. Professional Psychology: Research and Practice, 36(4).
- Lin, Y.-W. & Bratton, S. (2015). A meta-analytic review of child-centered play therapy approaches. Journal of Counseling & Development, 93(1), 45–58.