Het verlies van een ouder in de puberteit heeft een grote impact. In deze levensfase zoeken jongeren naar hun eigen identiteit, meer onafhankelijkheid en verbinding met leeftijdsgenoten. Een ouder verliezen kan dit proces verstoren en zorgen voor gevoelens van kwetsbaarheid, verwarring en eenzaamheid.
Hoe jongeren van 12 tot 16 jaar rouwen
Tieners hebben een volwassen besef van dood: zij begrijpen dat de dood definitief en onomkeerbaar is en dat iedereen sterfelijk is (Speece & Brent, 1996). Toch betekent dit niet dat ze hun emoties altijd goed kunnen uiten. Hun rouw kan zich uiten in wisselend gedrag: van intense emoties tot stilzwijgen, of van verantwoordelijk en zorgend tot opstandig en boos (Worden, 2018).
Veel jongeren worstelen met existentiële vragen, zoals “Waarom mijn ouder?” of “Wat betekent dit voor mijn toekomst?” (Noppe & Noppe, 2004). Daarnaast kan er angst ontstaan dat de overlevende ouder ook zal overlijden. Jongeren kunnen gevoelens van schuld of schaamte ervaren, vooral als er conflicten waren vóór het overlijden (Silverman & Worden, 1992).
Een ander kenmerk van deze leeftijd is dat jongeren meer steun zoeken bij vrienden, maar zich tegelijkertijd “anders” kunnen voelen dan leeftijdsgenoten. Ze kunnen het idee hebben dat niemand hen begrijpt, wat kan leiden tot isolement of het verbergen van gevoelens (Christ, 2000).
Wat helpt in de praktijk
1. Respect voor autonomie én nabijheid
Jongeren hebben behoefte aan zelfstandigheid, maar ook aan de zekerheid dat volwassenen beschikbaar blijven. Dwing ze niet tot praten, maar laat weten dat je beschikbaar bent als ze steun willen (Wolfelt, 2013).
2. Eerlijke en open communicatie
Geef feitelijke informatie en erken hun behoefte aan details. Vermijd verzachtingen of geheimen, want jongeren voelen vaak aan wanneer informatie achtergehouden wordt (Oosterwegel & Trozzi, 2020).
3. Ruimte voor emoties en expressie
Stimuleer verschillende manieren van verwerking: praten, schrijven, muziek maken of sport. Jongeren kunnen hun gevoelens soms beter uiten in activiteiten dan in gesprekken (Schoeman, 2019).
4. Betrekken bij keuzes en rituelen
Geef jongeren inspraak in hoe ze afscheid nemen en hoe ze hun ouder willen herinneren, bijvoorbeeld door een speech, een lied of een blijvend ritueel. Dit vergroot hun gevoel van controle en erkenning (Christ, 2000).
5. Steun op school en in sociale kring
Schoolprestaties en concentratie kunnen tijdelijk achteruitgaan. Het helpt wanneer leerkrachten begrip tonen en afspraken maken over taken of toetsen. Contact met leeftijdsgenoten die een vergelijkbaar verlies hebben meegemaakt kan steunend werken (Shonkoff & Phillips, 2000).
6. Signaleren van risico’s
Pubers kunnen hun verdriet maskeren door risicogedrag, zoals alcohol- of drugsgebruik, agressie of zich volledig terugtrekken. Langdurige somberheid, schooluitval of zelfbeschadiging vragen om professionele ondersteuning (Lieberman et al., 2003).
Lange termijn
Rouw in de puberteit beïnvloedt de identiteitsontwikkeling en kan de manier waarop jongeren later relaties aangaan beïnvloeden. Als ze goed ondersteund worden, kunnen ze veerkracht ontwikkelen en hun verlies integreren in hun levensverhaal.
Het is belangrijk dat de overleden ouder een blijvende plek krijgt in het gezin en in de levensgeschiedenis van de jongere. Zo wordt rouw niet alleen een bron van pijn, maar ook een deel van hun identiteit en kracht.
Bronnen
-
Christ, G. H. (2000). Healing children’s grief: Surviving a parent’s death from cancer. Oxford University Press.
-
Lieberman, A. F., Compton, N. C., Van Horn, P., & Ghosh Ippen, C. (2003). Losing a parent to death in the early years: Guidelines for the treatment of traumatic bereavement in infancy and early childhood. Zero to Three Press.
-
Noppe, I. C., & Noppe, L. D. (2004). Adolescent experiences with death: Letting go of immortality. Journal of Mental Health Counseling, 26(2), 146–167.
-
Oosterwegel, S., & Trozzi, M. (2020). Rouw bij kinderen en jongeren: Ontwikkeling en begeleiding. Kind en Adolescent, 41(3), 234–251.
-
Schoeman, J. (2019). Play therapy with grieving children. Routledge.
-
Shonkoff, J. P., & Phillips, D. A. (Eds.). (2000). From neurons to neighborhoods: The science of early childhood development. National Academy Press.
-
Silverman, P. R., & Worden, J. W. (1992). Children’s reactions to the death of a parent. In M. S. Stroebe, W. Stroebe, & R. O. Hansson (Eds.), Handbook of bereavement: Theory, research, and intervention (pp. 300–316). Cambridge University Press.
-
Speece, M. W., & Brent, S. B. (1996). The development of children’s understanding of death. Issues in Comprehensive Pediatric Nursing, 19(1), 1–17.
-
Wolfelt, A. D. (2013). Helping teens cope with grief. Companion Press.
-
Worden, J. W. (2018). Grief counseling and grief therapy: A handbook for the mental health practitioner (5th ed.). Springer Publishing Company.